Risico-inventarisatie

Precieze statistieken over ongelukken met vlambogen zijn niet beschikbaar. Toch valt het in te schatten als naar alle ongelukken met elektriciteit in Nederland wordt gekeken. In nieuwsberichten over elektrische bedrijfsongevallen met zwaargewonden of doden wordt vaak over brandwonden gesproken. Het is daarom aannemelijk dat vlambogen een significant deel uitmaken van bedrijfsongevallen met elektriciteit.

Met als uitgangspunten 100.000 werknemers die beroepsmatig blootgesteld zijn aan elektrische risico’s en 1 dode en 10 zwaargewonden per jaar krijgen we de volgende ongevalkans per jaar voor vlamboogrisico:

Gevolgcategorie Nederlands gemiddelde ongevalkans per jaar Acceptabele grens ongevalkans per jaar
Meerdere doden 1x in de tien jaar (10-6) 1x in de tien jaar (10-6)
Enkele dode 1x per jaar (10-5) 1x per jaar (10-5)
Zwaargewonde 10x per jaar (10-4) 10x per jaar (10-4)

Op het eerste gezicht lijkt er geen directe aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen om vlamboogrisico te verminderen, de ongevalkans is immers gelijk aan de acceptabele grens. Dit is echter een gemiddelde kans van alle 100.000 werknemers die beroepsmatig blootgesteld zijn aan elektrische risico’s. Als er situaties zijn met een bovengemiddelde kans op een ongeval moeten er aanvullende maatregelen genomen worden.

Als voorbeeld: werkzaamheden zoals veiligstellen en weer in bedrijfstellen van hoofdverdelers of grote MCC’s worden bij sommige bedrijven door een kleine groep werknemers gedaan. Contractors of ander personeel gaan pas aan het werk als deze is vrijgegeven. Deze kleine groep die veiligstelt loopt binnen dit bedrijf een veel groter risico dan een gemiddelde elektricien.

Risicobeoordelingsmethode

Zowel NFPA 70E als EN 50110 vereisen een risicobeoordeling voor vlamboogrisico maar schrijven geen methode voor. Eén mogelijke methode is met gebruik van een risicomatrix. Hierbij wordt kans en effect gecombineerd om een risicoklassificatie te verkrijgen die bepaald of het risico in de huidige vorm acceptabel is.

Een risicomatrix specifiek voor vlamboogrisico ziet eruit als hieronder, de acceptabele ongevalkans die hierboven is vastgesteld is met een ster aangegeven.

10-6 10-5 10-4 10-3 10-2
Meerdere doden *
Enkele dode *
Zwaargewonde *
Geen blijvend letsel
Kleine EHBO letsels

Klassificatie van gevaar

Om het gevaarniveau te bepalen wordt gebruik gemaakt van de norm IEEE 1584 om de vlamboogenergie en vlambooggrens te bepalen. De berekening is gebaseerd op onder andere de kortsluitstroom, karakteristieken van beveiligingen en ontwerp van verdelers. Het effect van vlamboogenergie kan als volgt worden ingedeeld:

Vlamboogenergie Gevolg
Minder dan 1.2 cal/cm² Kleine EHBO letsels
1.2 – 12 cal/cm² Enkele dode
Meer dan 12 cal/cm² Meerdere doden

Klassificatie van kans

Aan verschillende taken kunnen verschillende kansen worden toegewezen, NFPA 70E tabel 130.5(C) biedt hierbij houvast. Hier kunnen zo nodig ook andere factoren die invloed hebben op de kans op een vlamboog worden meegenomen zoals onderhoudstoestand van verdelers.

Taakomschrijving Kans
Inspectie, openen van deuren die niet leiden tot blootstelling aan onder spanning staande delen. 10-6
Inspectie zonder contact zoals thermografie. 10-5
Activiteiten aan of in de buurt van onder spanning staande delen. Meten spanningsloosheid. 10-4

Risicobeoordeling

Door beide klassificaties te combineren blijft een compacte risicomatrix over met relevante verschillen.

< 1.2 cal/cm² 1.2 - 12 cal/cm² > 12 cal/cm²
Inspectie, openen van deuren die niet leiden tot blootstelling aan onder spanning staande delen.
Inspectie zonder contact zoals thermografie.
Activiteiten aan of in de buurt van onder spanning staande delen. Meten spanningsloosheid.
  • Rood: Ongewenst, alleen acceptabel indien risicovermindering onpraktisch is of de kosten en baten ver buiten proportie liggen.
  • Geel: Te tolereren als de kosten van maatregelen boven de baten uitvallen.
  • Groen: Acceptabel, maar monitoren kan nodig zijn.